Wildweirdwonderful op Facebook
Wildweirdwonderful op Instagram
Wildweirdwonderful op Twitter
Wildweirdwonderful op Youtube

Nieuwe deuren openen

De deur trek ik achter mij dicht in het slot. Ik draai me om en kijk in de verte, maar ik zie niets. Het is donker, te donker om iets te kunnen zien. Er gaat een koude rilling over mijn rug. De frisse wind blaast langs mijn nek en zweept mijn haren omhoog om het vervolgens weer te kunnen laten vallen. Snel trek ik mijn donkerblauwe sjaal wat strakker om m’n hals heen om de volgende wind aanval tegen te kunnen gaan. Het is koud, de bomen buigen onder het geweld waarmee de lucht zich verplaatst.

Langzaam zet ik een pas naar voren, een pas voorwaarts in de richting van iets wat ik nog niet kan zien. Iets dat er misschien ook helemaal niet is. Ik heb moeite om mijn voeten te verplaatsen. Er drukt een gewicht op mijn schouders, welke mij enigszins tegenhoudt om verder de duisternis te betreden. Stap voor stap begeef ik mij steeds verder van de deur achter mij en steeds verder het donker in. Het donker dat alles om mij heen opslokt en voor nu nog niets lijkt te willen laten zien.

Ik hoor de wolken boven mijn hoofd samen pakken en de hemel laat al snel zijn tranen in een gestaag tempo op de aarde vallen. Mijn haren vangen de druppels en gidsen ze langs mijn gezicht weer naar beneden. Ik stop met lopen wanneer ik mijn hand in mijn jaszak duw en mijn vingers zich om iets metaalachtigs heen sluiten. Het is een sleutel. Een sleutel van de deur die ik kort geleden achter mij dicht heb gedaan. Ergens wil ik omdraaien en terug naar die deur rennen om hem weer open te gooien, maar ik blijf staan.

Na een paar minuten in gedachten te zijn verzonken, vervolg ik mijn passen verder de duisternis is. De druk op mijn schouders wordt minder, ook al zie ik niets om mij heen. Na een aantal stappen hoor ik stemmen in de verte. Ik blijf staan om mezelf te focussen op de geluiden die ik hoor, maar het blijft vervolgens stil. Ik hoor niets.

Wanneer ik nog een paar passen neem, zie ik een licht schijnen. Ik ben bang en wil het liefst wegrennen. Wegrennen naar iets veiligs, iets wat ik ken, iets wat geweest is, maar in plaats daarvan loop ik verder naar het licht toe. Wanneer ik dichterbij kom zie ik dat het een lamp is. Een lamp die de deur ernaast van een klein beetje licht voorziet. Ik zet mijn laatste passen in de richting van de deur en mijn beide voeten worden omarmt door een diepe plas. De regen stroomt door mijn haren en valt uiteindelijk ten prooi aan het water onder mij. Vluchtig zoek ik naar iets wat verraad waar deze deur voor staat of waar deze naar toe gaat, maar er hangt nergens een bordje of naamkaartje. Ik zie zelfs geen nummer of brievenbus.

Dan hoor ik geluid aan de andere kant van de deur en weet ik niet goed wat ik moet doen. Moet ik wegrennen of blijven staan? Ik ben bang. Bang voor wat zich achter die deur bevindt. Nog volledig in gedachten hoor ik het slot omdraaien. De deur kraakt wanneer deze langzaam naar binnen geopend wordt, maar ik blijf staan. Ik blijf staan voor deze onbekende nieuwe deur die zich langzaam voor mij opent.

Foto van: Marco Stregatto via Compfight cc
2 reacties
  1. 3 jaar geleden
    Wendy

    Ik vind dit echt een heel mooi stuk en kan mezelf hier zo erg in vinden en kwijt raken. Heel mooi verwoord met al die verschillende lagen van diepgang.

    Beantwoorden
  2. 4 jaar geleden
    Bea

    Heel mooi geschreven! Je hebt zeker talent. Ben trots op je.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter bij Wendy Reactie annuleren